Wanneer je als hoogbegaafd kind consequent en langdurig onderpresteert is dat een goede manier om niet alleen succes te vermijden, maar ook succesangst te vermijden. Het vermijden van succes heeft ook het vermijden van de angst voor succes in zich. Het vermijden van succes zou misschien wel een betere term zijn dan succesangst. Maar waarom zou je succes willen vermijden?

Als we er eens vanuit gaan dat mensen streven naar resultaten die overeenkomen met het beeld dat ze van zichzelf hebben.

Welk hoogbegaafd kind heeft niet de verwarring ervaren ook zonder te leren goede cijfers te halen? Wanneer het kind zichzelf als gemiddeld begaafd ziet en niet te veel moeite doet voor het cijfer, komt de verwachting in het geheel niet overeen met het resultaat. Dat geeft verwarring.

Welk hoogbegaafd kind heeft niet de verwarring ervaren “best wel veel” moeite te stoppen in het leren fietsen en toch een keer te vallen? De verwachting meteen te kunnen fietsen komt niet overeen met het resultaat. En met dit laatste zijn veel onderwijsprofessionals erg druk. Het kind moet leren leren. Er moet een groei mindset gaan ontstaan, want veel hoogbegaafde kinderen denken dat je óf iets wel kunt óf niet.

Laten we even niet met de Carol Dweck mindset-bril naar dit kind kijken.

Laten we eens even naar de verwarring kijken van het kind dat een heel ander resultaat krijgt dan hij verwacht.

Laten we eens even naar de verwarring kijken met in ons achterhoofd het streven naar resultaten die overeenstemmen met het beeld dat je van jezelf hebt. Wanneer je jezelf niet heel slim vindt, maar gemiddeld begaafd – gewoon – in hoeverre komt een hoog cijfer zonder ervoor te leren hiermee overeen? Niet of nauwelijks. Je kunt vervolgens – met dit streven naar overeenkomst tussen verwachting en resultaat als leidraad – twee dingen doen: je kunt je zelfbeeld bijstellen of de resultaten bijstellen. Een zelfbeeld heb je je hele leven al op lopen bouwen. Lastig om daar aan te sleutelen. Veel makkelijker is het om te sleutelen aan de resultaten. Een keer een nacht heel slecht slapen en je hebt moeite om wakker te blijven tijdens de toets. De toets doe je vanzelf wel slechter. De resultaten passen nu beter bij de verwachting, dit verminderd de verwarring en de stress die deze verwarring met zich mee brengt. Zo levert onderpresteren best wat op.

Ik ben Sandra Leefmans, cultureel antropoloog en schrijver van het boek Te slim om te slagen, over succesangst en hoogbegaafdheid. Het boek komt eind 2017 uit.

In de Week van de hoogbegaafdheid van 11 tot 19 maart 2017 schrijf ik iedere dag een blog – van maximaal 400 woorden – over succesangst en hoogbegaafdheid.