Stel je toch eens voor dat je een aantal grote, domme missers op sportgebied kunt verklaren met behulp van succesangst. Stel je toch eens voor, beste lezer, laten we een denkexperiment doen waarbij we een ongefundeerde veronderstelling doen. De ongefundeerde veronderstelling dat wat er mis ging succesangst was.

Laten we in ons denkexperiment kijken naar een hypothetische turner. Een kleine gespierde man die ontzettend goed is in één bepaald onderdeel, zeg ringen. En stel je eens voor dat deze man zichzelf telkens ondermijnd. Goed, hij is al eens wereldkampioen geworden, maar daarna kwam aan het licht dat hij een hele slechte gewoonte had. Hij gebruikte drugs en niet de prestatie-verhogende doping soort. Hij werd geschorst en moest afkicken. Allerlei verwikkelingen volgden, een valse beschuldiging, een blessure, en telkens grijpt deze turner naast de kans aan de olympische spelen mee te doen. Hij noemt het zelf faalangst.

Maar daar breekt toch eindelijk het moment aan dat hij mee mag doen aan de olympische spelen. En het gaat goed. Hij doet het super, zijn halve finale is geweldig. Om het te vieren gaat hij een nacht lang bier drinken en mist hij de volgende dag, ondanks een herinnering van zijn trainer dat hij echt aanwezig moet zijn, de training. Zijn team schorst hem, de rechter vindt dat terecht en onze turner gaat niet in hoger beroep. De finale vindt plaats zonder hem.

Wat als we er vanuit gaan dat wat onze turner tegenhield succesangst was.

Een manier om met succesangst om te gaan is het vermijden van succes.

Een manier om succes te vermijden is zelfsabotage.

Slecht voor jezelf en voor je lichaam zorgen is een vorm van zelfsabotage. Natuurlijk is dit geen bewust proces maar gebeurt dit zonder dat je je bewust bent van de werkzame mechanismen. Wanneer zelfsabotage extremer wordt noemen we dit zelfdestructie, een – vaak langzame – manier om je lichaam en leven te slopen. Zelfdestructie combineert niet met topsport, het een sluit het ander uit. Van de mildere vorm, zelfsabotage, kan hier best sprake zijn.

Waarom zou iemand eigenlijk succes willen mijden en daar ondertussen zo hard voor trainen? Wat zijn onderliggende oorzaken voor zelfsabotage? Er zijn verschillende antwoorden mogelijk. Het zou te ver voeren hier alle opties op te sommen. Ik heb mezelf tenslotte een 400-woorden limiet opgelegd voor deze blogs. In de komende vijf dagen zal ik daarom een aantal van deze mogelijke oorzaken onder de loep nemen.

 

 

 

Ik ben Sandra Leefmans, cultureel antropoloog en schrijver van het boek Te slim om te slagen, over succesangst en hoogbegaafdheid. Het boek komt eind 2017 uit.

In de Week van de hoogbegaafdheid van 11 tot 19 maart 2017 schrijf ik iedere dag een blog – van maximaal 400 woorden – over succesangst en hoogbegaafdheid.