Jouw eigen succes toeschrijven aan intelligentie of talent komt vaak arrogant en onbescheiden over, wanneer je het aan hard werk en moeite toeschrijft is het een stuk minder bedreigend. De ander die niet zo’n succes heeft kan in het tweede geval altijd nog wat harder gaan werken om vergelijkbaar resultaat te boeken. Maar wat als jouw resultaten vooral het gevolg zijn van jouw grotere cognitieve capaciteiten?

Stel je voor dat in afwachting van het cijfer voor bio de pubers op de gang elkaar verzekeren dat ze helemaal niet zo goed hebben geleerd. Dat ze alleen de avond van te voren het boek hebben opengeslagen. Stel je voor dat Irene dit ook zegt, dit ook heeft gedaan. En stel je voor dat zij een 9 krijgt en de anderen een cijfer rond de 5. Hoe voelt Irene zich? Hoe voelen de andere pubers zich? Hoe beïnvloed dit vervolgens het gevoel en de gedachten van Irene?

15 jaar later.

Na de uitslag van het examen is Irene in gesprek met drie collega’s. Zo goed als Irene heeft niemand het gedaan, één collega is zelfs niet geslaagd en kan een demotie of ontslag verwachten. Irene voelt zich super rot. “Belachelijk ook dat we zo’n test moeten doen”, zegt ze net iets te hard tegen de drie collega’s. “En wat zegt zo’n examen ook, het gaat er toch om hoe je in de praktijk bezig bent, en dat doe je beter dan ik,” zegt ze tegen de gezakte collega. “Je komt er wel”, en even later: “we zijn toch een team, samen komen we er wel”. Irene doet er alles aan om de collega die zakte een beter gevoel te geven. Het lukt haar niet. De collega gaat zich alleen maar rotter voelen. Irene merkt wel dat de collega als een boer die kiespijn heeft lacht. Maar ze heeft het gevoel niet te kunnen stoppen met deze opmerkingen.

Er zijn verschillende manieren waarop een uitblinker de gevoelens van een minder presterende ander kan trachten te sparen. Je kunt je eigen prestatie bagatelliseren, je kunt de ander prijzen en je kunt de gezamenlijkheid benadrukken. Helaas is het voor de minder presterende vaak duidelijk dat deze opmerkingen zijn bedoeld om de ander op te beuren. Dat kan het rotgevoel juist versterken, omdat je eigenlijk laat merken dat de ander hulp nodig heeft (van jou) om zich goed over zichzelf te voelen.

Ik ben Sandra Leefmans, cultureel antropoloog en schrijver van het boek Te slim om te slagen, over succesangst en hoogbegaafdheid. Het boek komt eind 2017 uit.

In de Week van de hoogbegaafdheid van 11 tot 19 maart 2017 schrijf ik iedere dag een blog – van maximaal 400 woorden – over succesangst en hoogbegaafdheid.