Wat blijkt? Genderstereotyperingen zijn nergens zo groot als in Nederland. Nergens ter wereld zijn de denkbeelden over mannen- en vrouwenberoepen zo vastgeroest. In een onderzoek dat al enkele decennia uitgevoerd wordt vraagt men kinderen over de hele wereld een wetenschapper te tekenen. In Nederland tekenen de kinderen het aller vaakst een (witte) man.

Succes kan in tegenspraak zijn met een stereotypische genderrol. Zeker succes op een bepaald vlak. Zoals goed zijn in wiskunde of natuurkunde in tegenspraak is met een stereotypische genderrol van de vrouw. Sommige slimme kinderen trekken zich minder aan wat van ze verwacht wordt op genderrol gebied. De meeste kinderen en volwassenen echter conformeren zich aan een specifieke genderrol. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Maar dat zijn de buitenbeentjes. Daar maken we tv programma’s over.

Want we kunnen nog wel wat met meisjes die in een jongenslichaam geboren zijn of jongens die in een meisjeslichaam geboren zijn, maar op het moment dat je je van beide genderrollen niets aantrekt en je eigen gang gaat ben je een buitenbeentje. Buitenbeentje zijn, buitengesloten worden wil haast niemand. Dus kun je je maar beter aan de genderrol houden. En bij meisje zijn hoort niet goed zijn in wis- en natuurkunde.

En wanneer je als pubermeisje of jonge vrouw slimmer dan de puberjongens of jonge mannen bent, zal er dan nog een puberjongen of jonge man verliefd op je worden? Deze angst schijnt toch mee te spelen, bij het samenwerken in een gemengde groep jongeren zullen veel meisjes niet te betweterig, onbescheiden of als haantje de voorste over willen komen ten opzichte van de jongens.

Dus wat doe je als slim meisje? Afwijken van de genderrol met het gevaar dat je buitengesloten of niet aantrekkelijk gevonden wordt door je leeftijdsgenootjes? Of je conformeren aan de genderrol en niet zo goed zijn in wis- en natuurkunde? Natuurlijk is dit haast nooit zo’n bewuste en weldoordachte afweging.

En hoe zit dat eigenlijk met jongens? Moeten zij zich soms ook minder slim voordoen dan ze zijn? Worden ze ook buitengesloten door leeftijdgenootjes als ze slimmer of succesvoller overkomen dan een ander? Worden ze gezien als “minder jongen” als ze goed zijn in wis- en natuurkunde bijvoorbeeld? Nee. Meestal worden jongens als “minder jongen” gezien als ze goed zijn in verzorgende of expressieve vakken. Iets waar je helemaal niet zo cognitief getalenteerd voor hoeft te zijn om in uit te blinken.

Ik ben Sandra Leefmans, cultureel antropoloog en schrijver van het boek Te slim om te slagen, over succesangst en hoogbegaafdheid. Het boek komt eind 2017 uit.

In de Week van de hoogbegaafdheid van 11 tot 19 maart 2017 schrijf ik iedere dag een blog – van maximaal 400 woorden – over succesangst en hoogbegaafdheid.