Als we winnen voelen we ons vaak trots en blij. Als we verliezen voelen we ons vaak onprettig en teleurgesteld. Wij mensen zijn sociale wezens. Behalve onze individuele doelen hebben we ook doelen in relatie tot anderen. Daarom kan het zijn dat je het vervelend vindt als een ander zich rot voelt. Als je weet dat iemand zich rot zou kunnen voelen wanneer jij iets beter doet dan hij, omdat jij dan “wint” en hij “verliest”, wil je misschien voorkomen dat hij zich zo zal voelen.

Er zijn verschillende manieren om ervoor te zorgen dat een ander zich niet rot voelt omdat hij minder presteert dan jij. Eén van die manieren is voorkomen dat de situatie zich voordoet.

De afgelopen jaren heb ik geluisterd naar de verhalen die hoogbegaafde volwassenen vertellen over zichzelf. Een vaker voorkomend thema is “ik ben hetgeen gaan doen waar ik het slechts in was”. Op de middelbare school werd vaak (voor een aantal vakken) erg hoge cijfers gehaald. Wanneer een keuze voor een vervolgstudie moet worden gemaakt wordt gekozen voor het vak waar men het minst goed in was.

Neem Simone. Ze blinkt uit in wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie. Voor de andere vakken haalt ze ook goede cijfers op het atheneum. Ze voelt zich echter al jaren onzeker in de omgang met leeftijdgenoten en volwassenen. Zo erg zelfs dat ze een rood hoofd krijgt als iemand haar wat vraagt, haar gezicht naar beneden wendt en soms helemaal niets terugzegt. Haar docenten zijn bijzonder verbaasd als ze hen bij het afscheid vertelt SPH te gaan studeren aan een hogeschool in een ander deel van het land.

Ze heeft gekozen te gaan doen waar ze het slechts in was.  En, ook al doet ze er twee jaar langer over, ze haalt haar diploma en wordt een gewaardeerde collega. Elke twee jaar zoekt ze een andere baan. Die krijgt ze ook altijd.

De mensen die haar nog kennen van vroeger spreken goedkeurend over haar keuze. Ze vinden het een mooie verdienste dat iemand die zo schuw en verlegen was nu andere mensen helpt, op een manier waar zelfvertrouwen uit spreekt.

Simone echter heeft op een mooie onopvallende en maatschappelijk geaccepteerde manier gekozen om uitblinken in haar beste vak – bijvoorbeeld theoretische natuurkunde – te vermijden. Door te zorgen dat de situatie waarin zij uitblinkt zich niet (meer) voordoet voorkomt ze bij voorbaat het rotgevoel van een minder getalenteerde ander.

Ik ben Sandra Leefmans, cultureel antropoloog en schrijver van het boek Te slim om te slagen, over succesangst en hoogbegaafdheid. Het boek komt eind 2017 uit.

In de Week van de hoogbegaafdheid van 11 tot 19 maart 2017 schrijf ik iedere dag een blog – van maximaal 400 woorden – over succesangst en hoogbegaafdheid.